
Wetboek van Militair Strafrecht
Artikel 170
[1.] Hij die buiten het Koninkrijk een feit begaat, dat niet met straf wordt bedreigd door enige ingevolge dit Wetboek toepasselijke strafbepaling, doch waarvoor hij ingevolge enige op hem toepasselijke wet van het land, waar het feit begaan wordt, strafbaar is, wordt gestraft met hetzij hechtenis van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij één van deze straffen. De opgelegde hechtenis mag in duur het maximum van de tegen het feit in de buitenlandse wet bedreigde vrijheidsstraf niet overtreffen. De opgelegde geldboete mag evenmin het maximum van de in de buitenlandse wet tegen het feit bedreigde geldboete te boven gaan.
[2.] De vrijheidsstraf en de geldboete mogen slechts gezamenlijk worden opgelegd, indien dit ook bij toepassing van de buitenlandse wet mogelijk ware geweest.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven op het Loo, den 27sten April 1903
wilhelmina
De Minister van Justitie,
j
A. LOEFF.
De Minister van Marine,
ellis
De Minister van Staat, Minister van Oorlog,
j
W. BERGANSIUS.
Uitgegeven den tweeden Mei 1903.
De Minister van Justitie,
j
A. LOEFF.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.